Wijziging minimale werkgeversgarantie

De sociale partners hebben recent een akkoord gesloten over de aanpassing van de minimale werkgeversgaranties in aanvullende pensioenplannen.

Vanaf 2016 worden de huidige, minimale rendementen van 3,25% op de patronale premies en 3,75% op de persoonlijke premies vervangen door een uniforme rendementsgarantie die gekoppeld is aan het gemiddeld rendement over 24 maanden van de OLO’s op 10 jaar. Het te garanderen percentage zal dan gelijk zijn aan 65% van dat gemiddelde OLO-rendement, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. De 65% kan in de toekomst stijgen naar 85% indien de Nationale Bank van België denkt dat deze garanties verzekerbaar zijn.

Via dit akkoord worden enerzijds de financiële risico’s voor de werkgevers beperkt, en blijven anderzijds de werknemers genieten van een reële en marktconforme intrestgarantie. Dit akkoord zou dan ook moeten bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de aanvullende pensioenplannen om zo de levensstandaard na pensionering te vrijwaren.

Intussen heeft ook het kernkabinet zich akkoord verklaard om het bereikte akkoord tussen de sociale partners integraal over te nemen. Hoewel het ook duidelijk is dat de oude intrestgaranties tot einde 2015 volledig verworven blijven, moeten we toch wachten op de finale wetteksten om de exacte details over de toekomstige evoluties van de rendementsgaranties te kennen.