De herintrede van de medische index

Sedert 1 juli 2016 hebben de aanbieders van hospitalisatie- en ziekteverzekeringen (opnieuw) de mogelijkheid om zowel premies, franchises en verzekerde prestaties aan te passen aan de medische index. Het doel is om de verzekeringspremies op een meer geleidelijke manier te laten stijgen in plaats van de huidige, vaak onverwacht hoge premiestijgingen.

In 2010 werd gepoogd deze index in te voeren via KB maar de berekening ervan stootte op verzet: er werd namelijk geen rekening gehouden met de "vergrijzingsvoorzieningen". De Raad van State schrapte de index eind 2012 wat als gevolg had dat de maatschappijen nog enkel de premies konden aanpassen aan de index van de consumptieprijzen of via de zwaardere procedure van goedkeuring via de Nationale Bank. Door de aanhoudende stijging in de gezondheidszorg kwam de index opnieuw op tafel en werd de berekening aangepast met de vergrijzingsfactor. Dit betekent dat de evolutie van deze index zwaarder doorweegt dan die van de consumptieprijsindex.

Concreet heeft de ziekteverzekeraar de mogelijkheid om vanaf volgende vervaldag hun polissen aan te passen voor de niet-beroepsgebonden ziekteverzekeringscontracten indien deze contracten een indexeringsclausule bevatten. Dit gebeurt via vermelding op het vervaldagbericht.

Voor alle andere contracten gebonden aan de beroepsactiviteit of m.a.w. de collectieve contracten afgesloten via de werkgever, is er dus geen automatische aanpassing aan de medische index. Uiteraard maken de verzekeraars gebruik van deze nieuwe medische index en zien we in de praktijk dat ze dit mechanisme via een clausule van indexering systematisch inbouwen in de groepspolissen om ook daar bruuske premiestijgingen te voorkomen. De communicatie dient minimum 3 maand voor de jaarlijkse vervaldag te gebeuren. Bij niet akkoord, heeft de werkgever-verzekeringnemer de mogelijkheid om het contract op te zeggen.

De medische index zal elk jaar op de eerste werkdag van juli worden gepubliceerd.